Studiegids 2011-2012

Buitenschools curriculum: beroepservaring

Voorwaarde voor inschrijving aan de Academie is dat de student werkt in de beroepspraktijk op een relevante werkplek. Voor een student architectuur betekent dit werk op een architectenbureau, voor een student stedenbouw op een stedenbouwkundig bureau of bij een stedenbouwkundige dienst en voor een student landschapsarchitectuur op een bureau voor landschapsarchitectuur of bij een dienst waar relevant ontwerpwerk wordt verricht. Het is niet toegestaan om de studie aan de Academie van Bouwkunst te combineren met een eigen bureau.

De belangrijkste zaken over de praktijk staan in dit hoofdstuk: het doel, de inhoud, de regelingen en de eisen die gesteld worden. Overige informatie is te lezen in de brochure   Initiates file download'Buitenschools curriculum; Academies van Bouwkunst'.

De werkplek

Van de werkplek wordt verwacht dat er ontwerpen worden gemaakt en projecten gerealiseerd en dat de student in zijn werkzaamheden actief wordt begeleid door een of meerdere ontwerpers. Een stimulerende en uitdagende werkomgeving met voldoende mogelijkheden is daarbij vanzelfsprekend, zodat de student zich ontwikkelt tot een adequaat handelende ontwerper. Dat betekent ook dat andere factoren als beschikbare vakliteratuur, documentatie over regelgeving en materialen, mogelijkheid tot discussie over het vak enzovoorts, van voldoende niveau zijn.

De praktijksituatie stelt de student in staat om in de loop van de studie met alle onderdelen van het plan- of bouwproces, van ontwerp tot oplevering, in aanraking te komen en inzicht te verwerven in de samenhang tussen die verschillende onderdelen van het traject.

Een evenwichtige verhouding tussen studie en werk betekent een werkweek van maximaal vier dagen. De vrijdag moet voor de studie beschikbaar zijn.

De praktijkcoördinator kan, aan de hand van bovenstaande punten en de inhoudelijke eisen voor het praktijkdeel, tot de conclusie komen dat een bureau niet de juiste faciliteiten en/of condities biedt als werkplek voor een student.

De praktijkcoördinator kan een student adviseren een andere werkplek te zoeken als het bureau of de aard en kwaliteit van de werkzaamheden, of een combinatie van beide, niet voldoende bijdragen aan de ontwikkeling. Dit advies wordt gegeven na overleg met het hoofd van de opleiding en de studieleiding en is niet vrijblijvend. Als het niet wordt opgevolgd kunnen studiepunten niet toegekend worden. Als de praktijkcoördinator een student dringend adviseert om naar een andere werkplek om te zien, wordt hiervoor een termijn afgesproken die door alle betrokken partijen als redelijk kan worden ervaren.

Praktijkateliers

Voor studenten die tijdelijk geen werk hebben of bij de start van hun studie nog geen passende werkkring hebben gevonden organiseert de Academie van Bouwkunst Amsterdam in samenwerking met diverse werkgevers uit de regio een alternatieve beroepservaring in de vorm van praktijkateliers. De ateliers vinden plaats bij gerenommeerde ontwerpbureaus en worden begeleid door ervaren professionals van die bureaus. Er worden ateliers met diverse projecten aangeboden. De projecten betreffen opgaven die aansluiten bij het curriculum van de beroepspraktijk en zijn onderverdeeld in een vijftal thema’s (Onderzoek & ontwerp, Techniek & ontwerp, Maatschappij & ontwerp, Detail & ontwerp en Regelgeving & ontwerp) die een relatie hebben met het buitenschoolse curriculum.

Studenten kunnen solliciteren naar één van de aangeboden ateliers. Voorbeelden van projecten waar aan gewerkt is zijn duurzame woningbouw, huisvesting voor dementerende ouderen, hergebruik van bestaande kantoren, onderzoek naar stadswoningen voor gezinnen en onderzoek naar hedendaagse baksteenarchitectuur. Studenten worden door het aanbieden van deze ateliers in de gelegenheid gesteld om te werken in een professionele omgeving en ervaring in de beroepspraktijk op te doen.

Op undefinedde website kun je meer informatie vinden over de praktijkateliers.

Studiepunten

Het werken in de praktijk vindt tegelijkertijd met de studie plaats ('concurrent'). Per studiejaar kan een student (maximaal) 30 studiepunten (European Credits) krijgen voor de praktijkwerkzaamheden. Hiervoor moet de student minimaal 840 uur hebben gewerkt. Dat zijn 42 weken van 20 uur. Voor de gehele studie gaat het om 3.360 uur praktijk. De toekenning of het onthouden van de studiepunten is gebaseerd op de beoordeling van de werksituatie en de ontwikkeling van de student. Deze worden vastgesteld aan de hand van het praktijkformulier, het praktijkportfolio, het praktijkverslag en voortgangsgesprekken met de student, al dan niet tijdens een bezoek op de werkplek.  Met ingang van het studiejaar 2011-2012 wordt voor de eerste- en tweedejaarsstudenten het praktijkformulier, het praktijkportfolio en het praktijkverslag vervangen door een logboek beroepservaring. Van de jaarlijks verkrijgbare studiepunten wordt de helft toegekend op basis van een kwantitatieve beoordeling (aantal gewerkte uren) en de andere helft op basis van een kwalitatieve beoordeling (via het praktijkportfolio en het praktijkverslag). Als een student in een jaar minder dan 840 uren werkt, worden overeenkomstig minder studiepunten toegekend. Vanaf het studiejaar 2011/2012 wordt voor eerste- en tweedejaarsstudenten studiepunten toegekend op basis van het logboek. Dat kan maximaal 30 punten zijn of een deel daarvan bij minder gewerkte uren.  

Begeleiding

De student is zelf verantwoordelijk voor zijn beroepservaring, maar wordt daarbij wel actief begeleid en ondersteund door de opleiding. Hierin vervult de praktijkcoördinator (in overleg met het hoofd van de opleiding) een centrale rol. Deze is immers de eerst verantwoordelijke, namens de opleiding, voor het buitenschools curriculum. Eindverantwoordelijk voor het gehele curriculum is het hoofd van de opleiding.

Voortgangsgesprekken

De praktijkcoördinator en/of het hoofd van de opleiding voert, indien nodig, een gesprek met een student over zijn praktijksituatie en de individuele ontwikkeling daarin. De praktijkcoördinator kan ook gesprekken op de werkplek voeren om zich te informeren over de positie van de studenten binnen het bureau met de werkgever erbij. Vanaf studiejaar 2011/2012 dragen eerste en tweede jaars studenten een mentor voor aan de Academie van Bouwkunst. Een mentor dient minimaal 5 jaar ingeschreven te staan in het register van de betreffende beroepsgroep. Een mentor is bij voorkeur iemand van het bureau  waar men werkt maar mag ook een ervaren ontwerper van buiten het bureau zijn. De gegevens van de mentor (naam, werkkring, ervaring) worden genoteerd in het logboek dat 1e en 2e jaar sstudenten vanaf het studiejaar 2011/2012 van hun beroepservaring bijhouden. Studenten houden ten  minste éénmaal per twee maanden een gesprek met hun mentor over hun voortgang in de praktijk.

Praktijkcoördinator

De praktijkcoördinator Nico van Bockhooven is voor consultatie aanwezig op dinsdagavond en op vrijdagmiddag. Afspraken kunnen, liefst per e-mail, gemaakt worden via het secretariaat dat bereikbaar is op werkdagen tijdens kantooruren. Ook voor vragen. Mail naar: undefinedavb-studiesecretariaat[EMAIL BESCHERMD]@[EMAIL BESCHERMD]ahk.nl